Informatie voor het aanvragen van een onderzoek Nucleaire Geneeskunde UZ Gasthuisberg
- Aanvraagformulier FDG PET onderzoek NIEUW 1/JAN/2007
- Localisatie
- Openingsuren
- Wacht
- Administratie
- Organisatorische aspecten
- Algemene aandachtspunten
Aanvraagformulier FDG PET onderzoek
Externe artsen kunnen een FDG PET onderzoek aanvragen na telefonische afspraak, waarna een patientenformulier dient te worden ingevuld volgens volgend sjabloon :
Aanvraagformulier FDG PET onderzoek
Gelieve dit formulier binnen de 24 u na het maken van de telefonische afspraak door te faxen naar 016 - 343759.
Localisatie
U.Z. Gasthuisberg (oranje bewegwijzering functiemetingen) - niveau 00 - kleurenblok paars
Telefoon :
43700 - 43701 : inschrijving en afspraakregeling nucleaire geneeskunde algemeen
43722 : afspraakregeling PET
43714 - 43715 : medisch secretariaat
43704 : verslagkamer
Openingsuren
Maandag tot en met vrijdag : 08u00 - 17u00
Wacht
Op zon- en feestdagen en tijdens het weekend kan voor dringende onderzoeken de geneesheer van wacht van Nucleaire Geneeskunde opgeroepen worden via de telefooncentrale (semafoonwacht).
Tijdens de werkuren via personenzoeker :
- medische wacht : 18/43704
- hoofdverpleegkundige : 18/43701
Administratie
- Aanvraag tot onderzoek op de dienst nucleaire geneeskunde gebeurt via het klinisch werkstation.
- arts van desbetreffende verpleegeenheid vraagt onderzoek aan via KWS
- arts van nucleaire geneeskunde valideert aanvraag
- afspraakbeheerd(st)er plant het onderzoek en bevestigt via KWS (cave dagelijkse controle via KWS door verpleegkundige van desbetreffende verpleegeenheid i.f.v. definitieve afspraak)
- indien het onderzoek nog dezelfde dag doorgaat, zal nucleaire geneeskunde desbetreffende eenheid telefonisch op de hoogte brengen
- Indien geen KWS
- vooraf telefonisch afspraak maken
- aanvraagformulier wordt opgestuurd / meegegeven met patiënt
- Meenemen naar afspraak : dossier + 6 adressogrammen
- Verpleegeenheid regelt het pendeltransport (campus U.Z. Pellenberg, UZ St. Rafaël/St. Pieter)
- Een voorlopige verslaggeving omtrent uitgevoerde onderzoeken gebeurt vrijwel onmiddellijk na uitvoering van het onderzoek en kan via het klinisch werkstation opgevraagd worden. Definitieve validatie van onderzoeken is meestal gerealiseerd om 18.00 u de dag van het onderzoek (tenzij onderzoeken over meerdere dagen lopen).
- De dag volgend op het onderzoek worden de beelden en het afgedrukt verslag opgestuurd naar de aanvrager van het uitgevoerde onderzoek.
Organisatorische aspecten
- Op het aanvraagformulier het correcte onderzoek selecteren (KWS) of noteren (papieren aanvraagbon) met zeer duidelijke vermelding van de klinische gegevens en het doel van het onderzoek. Gebruik hierbij liefst geen afkortingen.
- Gewicht en lengte van de patiënt worden systematisch genoteerd, voor vrouwelijke patiënten bevestigt de aanvragende arts de afwezigheid van zwangerschap.
- Naam en OG-nummer van de geneesheer en telefonische bereikbaarheid moet duidelijk zijn indien de aanvraag niet elektronisch gebeurt.
- Het is van belang de toestand van de patient te omschrijven in het bijzonder bij zwaar zieken of besmette patiënten, zodat hierop organisatorisch kan ingespeeld worden.
- Bij zwangerschap of mogelijke zwangerschap of lacterende vrouwen, dienen maatregelen besproken te worden met de geneesheer vooraleer een onderzoek aan te vragen.
- Bij gebrek aan medewerking van de patient moet een passende sedatiepolitiek gevoerd worden om een optimaal onderzoeksresultaat te kunnen garanderen. Een stralingsdosis toedienen zonder dat hieruit een diagnostische meerwaarde kan vloeien is ethisch niet te verantwoorden.
- Toegekende afspraken moeten gerespecteerd worden en in het verpleegdossier genoteerd worden. In het belang van de patiënt rekenen wij op uw stiptheid. Door organisatorische onnauwkeurigheid van de verwijzende arts of dienst zal de dienstverlening aan andere patiënten binnen onze afdeling niet verstoord worden. Verpleegkundigen binnen de raadpleging en hospitalistie hebben een belangrijke coördinerende verantwoordelijkheid i.v.m. afspraken tot uitvoering van medisch-technische onderzoeken en correcte patiëntenvoorlichting en voorbereiding.
- Onderzoeken die gepland werden doch niet meer hoeven moeten tijdig geannuleerd worden.
- Indien onderzoeken worden aangevraagd waarbij meerdere radiofarmaca gelijktijdig of opeenvolgend gebruikt worden, dient een volgorde van toediening gerespecteerd te worden. Deze aspecten worden best besproken met een geneesheer-nuclearist.
Algemene aandachtspunten
De meeste radionucliden kennen in min of meerdere mate een renale secretie. De urine is dus meestal radio-actief. Direct contact dient vermeden te worden. Vandaar de veralgemeende richtlijn om 24 u na een tracertoediening handschoenen te dragen. Verpleegkundigen kunnen door hun normale professionele activiteiten rond de patiënt geen stralingsbelasting krijgen die van enige betekenis kan zijn. De dosislimiet van 5 mSv/jaar kan onmogelijk bereikt worden binnen de professionele context van verzorgenden aan bed van de patiënt en zeker niet door toedoen van een diagnostische onderzoeken met radiofarmaca.
Vanuit de algemene bezorgdheid om (de reeds zeer lage) risico's zo laag mogelijk te houden geven wij volgende aanbevelingen :
- Gedurende 24 u na toediening van radiofarmaca een sociale afstand houden t.o.v. de patiënt (de straling neemt af met het kwadraat van de afstand = hoe meer afstand, hoe minder stralen).
- Doe handschoenen aan bij het manipuleren van urine van patiënten bij wie radiofarmaca werden toegediend. Contact met urine kan op de huid een lichte radio-actieve contaminatie geven. Hieruit kan eventuele lichte inwendige contaminatie voortkomen door bvb. gebruik van voeding met radio-actief besmette handen.
- Zwangere verpleegkundigen kunnen patiënten verzorgen die een diagnostische dosis radiofarmaca toegediend kregen. In dezelfde filosofie om risico's tot een minimum te reduceren willen we echter wel aanbevelen de nodige organisatorische maatregelen te nemen om zwangere verpleegkundigen een andere patiëntenzorg toe te wijzen zo mogelijk. Deze overweging is nuttig, zeker tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap.
- Een algemene aanbeveling naar patiënten is het bevorderen van de renale excretie van de tracer (meer drinken na de toediening van radiofarmaca vb. 1500 ml) en frekwente mictiepogingen. Hoe meer uitgewaterd wordt, des te minder de inwendige bestraling voor de patiënt.
- Voor sommige tracers dient zelfs een laxatiebeleid overwogen te worden (vb. bij 99mTc-HMPAO, 67-Ga-citraat) vb. twee co. ®Dulcolax na toediening van de radiofarmaca. Door de intestinale evacuatie te bevorderen wordt de inwendige stralingsbelasting gereduceerd.
- Bij sommige onderzoeken hoort schildklierprotectie. We wensen hier te voorkomen dat radiofarmaca in de schildklier gecapteerd worden indien dit orgaan niet het doelorgaan is. Deze schildklierprotectie gebeurt meestal op de dienst nucleaire geneeskunde zelf tenzij voor de pediatrische patiënten. Meestal wordt voor radiofarmaca op basis van Tc-99m, de schildklierprotectie met natriumperchloraat (®Irenat) gedaan, hetzij peroraal of intra-veneus. Bij gebruik van radioactieve I-preparaten ( I-125 en I-123-radiofarmaca) gebeurt de protectie met ®Lugoldruppels (voor I-123-preparaten dag voor, van en na het onderzoek).
- Aandacht voor mogelijke allergische reacties bij toediening van lugol bij patiënten met joodallergie; het radiofarmacon zelf kan geen allergische reacties veroorzaken.
